In hoeverre sporters gemotiveerd zijn wordt bepaald door een complexe samenhang van psychologische eigenschappen en de (sociale) omgeving waar ze in presteren. Een psychologische eigenschap als consciëntieus (gewetensvol) zijn helpt mee om motivatie beter onder controle te krijgen. Als je hier hoog op scoort gaat het je makkelijker af om discipline te tonen en doelgericht te trainen. Psychologische eigenschappen verander je echter niet zo makkelijk. Waar je meer invloed op hebt, is de sociale omgeving rondom je sporter/team. In de sportpsychologie heet dit ook wel het motivationele klimaat; Hoe bepaal je of je succes hebt, waar vergelijk je je mee en waar streeft een sporter naar binnen diens sport.

Er is een onderscheid tussen een taak-klimaat en een ego-klimaat.

In een taak-klimaat ligt het accent op je eigen ontwikkeling. Een sporter vergelijkt zich vooral met diens eerdere prestaties. De focus ligt op vaardigheden verbeteren, meer kennis opdoen, inzet tonen en naar eigen kunnen presteren.

In een ego-klimaat ligt het accent op onderlinge vergelijking. Hier vergelijken sporters zich vooral met elkaar. Presteren is vooral een demonstratie hoe goed je bent ten opzichte van andere sporters.

De beide varianten zijn geen uitersten op dezelfde dimensie. Een sporter kan zowel een hoge taak als een hoge ego oriëntatie hebben.

Waar het ego-klimaat met het onderlinge vergelijken als focus vaak inherent is aan sport, doen (jeugd)coaches er goed aan te investeren in het taak-klimaat. Dit versterkt de motivatie, het zelfvertrouwen en het plezier van sporters. Wanneer er teveel accent op onderlinge vergelijking (ego-klimaat) ligt, en te weinig op eigen ontwikkeling en inzet (taak-klimaat), vermindert veelal de motivatie, vertrouwen en het plezier.

Hoe bepaal jij als coach, atleet of team je succes? Investeer in het taak-klimaat door meer focus te leggen op het verbeteren van vaardigheden, inzet tonen en naar eigen kunnen presteren.

Super tevreden!
Het betreft een voetblessure waar maar geen verbetering in zat. Verschillende “professionals” zijn ermee bezig geweest zonder resultaat, totdat we in Het Omnium Groningen terecht kwamen onder leiding van de zeer betrokken en kundige fysiotherapeute Malou Alferink van het MCZ. Alles kon op korte termijn op één dag ingepland worden wat zeer prettig was. In Het Omnium troffen we de sportarts Hans de Vries van het Martini Ziekenhuis en podoloog Siemen Oude Booijnk van Schutrups. Dit zijn dus echte professionals! Ze kwamen met de juiste diagnose en eveneens een goed/strak plan, BAM BAM BAM! Geweldig, de topsporter weet à la minute waar ze aan toe is! Dezelfde dag nog werden de zolen aangepast aan de nieuwe schoenen en kon er weer op Papendal getraind worden. De resultaten zijn na twee weken al erg goed. Ook de communicatie is uitstekend. Als topsporter word je hier serieus genomen en dat kunnen ze niet overal zeggen! Malou, Siemen en Hans heel veel dank. Jullie zijn behalve erg deskundig ook nog eens heel prettig in de omgang!

Familie Knollema

Wanneer kan ik mijn sport weer gaan hervatten?

Meer dan 90% van de sporters verwacht terug te keren naar de sport na een voorste kruisband (VKB) reconstructie. Eén van de eerste vragen die je stelt na een VKB reconstructie is daarom: “Wanneer kan ik mijn sport weer gaan hervatten”?

Keert iedereen terug naar de sport?

Dit lijkt een makkelijke vraag, maar in de praktijk blijkt dat terugkeren naar de sport een multifactorieel probleem is. Met andere woorden: er blijken verschillende voorwaarden van belang te zijn om succesvol te kunnen terugkeren naar de sport. Helaas blijkt dat slechts 65% van de amateursporters succesvol terugkeert naar het sportniveau van vóór de blessure. Ook krijgt een relatief groot deel van de jonge sporters een nieuwe VKB blessure. Eén van de redenen hiervoor is dat de beslissing om terug te keren vaak gebaseerd wordt op subjectieve criteria (bijvoorbeeld alleen gebaseerd op revalidatietijd), zonder objectief de voorwaarden voor een terugkeer naar de sport in kaart te brengen.

Hoeveel % keert terug?

  • Wel terug 65%
  • Niet terug 35%

Voorwaarden?

Ten eerste is de lengte van je revalidatietraject van groot belang of je succesvol en veilig terugkeert naar de sport. Een aantal jaren geleden werd traditioneel een revalidatie van 6 maanden geadviseerd. Echter, het blijkt dat een revalidatietraject van minimaal 9 maanden zorgt dat de kans op een nieuwe VKB blessure fors afneemt. Het advies is daarom om minimaal 9 maanden te revalideren na je VKB reconstructie, en misschien wel langer om alle voorwaarden zo goed mogelijk te trainen.

Maar welke voorwaarden spelen hierbij een rol? En hoe maken we deze voorwaarden meetbaar?

Kwaliteit van een revalidatie

Nog veel belangrijker dan de lengte van je revalidatie, is de kwaliteit van het revalidatietraject. In een serie blogs proberen wij op een makkelijke manier uit te leggen welke voorwaarden van invloed zijn op een terugkeer naar de sport, hoe deze voorwaarden te trainen en hoe deze voorwaarden te testen voordat je terugkeert naar de sport.

Immers, wanneer je deze voorwaarden niet test gedurende de revalidatie, ben je eigenlijk aan het gissen of de kwaliteit van je revalidatie wel goed genoeg was voor een terugkeer naar de sport…

> Revalidatietraject van minimaal 9 maanden

> Voldoende spierkracht

> Goede kniefunctie

> Goede bewegingstechniek

> Mentaal klaar

> Afgeronde veldrevalidatie

Auteur Wouter Welling

Mijn naam is Wouter Welling en ik ben werkzaam als bewegingswetenschapper bij MCZ in Groningen; een praktijk die de medische begeleiding verzorgt voor alle topsport in Noord-Nederland. Tot mijn takenpakket behoren onder andere het ontwikkelen van objectieve testbatterijen, het afnemen van blessure preventie metingen en het monitoren van de training load.

Na het afronden van mijn master Bewegingswetenschappen ben ik doorgegaan met promotieonderzoek naar voorste kruisband (VKB) blessures aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het promotieonderzoek waar wij nu aan werken richt zich op ‘Return to sport decisions’ na een VKB reconstructie. Hierbij proberen we praktische en relatief makkelijk uitvoerbare meetmethoden te combineren, die voor elke therapeut uit te voeren zijn en die ondersteunend zijn in de ‘Return to sport decisions’.

Binnen het Omnium werkt iedereen met elkaar samen. Mensen met voet-, knie-, heup-, rug- of houdingsklachten die worden doorverwezen naar de Voetzorg van Schutrups, hebben vaak geen idee wat hen te wachten staat. Nou, veel. Registerpodoloog Brian Fredriks neemt ons mee door het hele proces.

Bij wie iemand met voet- of houdingsklachten terechtkomt, wordt altijd bepaald bij het eerste contact, meestal een telefoontje. “Bij het maken van een afspraak wordt al gefilterd of er bijzonderheden zijn”, zegt Brian. “Dat doen we, omdat wij allemaal een verschillende achtergrond hebben. Mensen met diabetes, komen bijvoorbeeld terecht bij een podotherapeut, omdat die daarin gespecialiseerd is en de hele zorg op zich kan nemen. In alle andere gevallen, maakt het niet uit, omdat dan al onze mensen het onderzoek kunnen doen. We kijken dan gewoon bij wie iemand het snelst terecht kan.”

Wel een zool, maar geen goede schoen? Dan sla je de plank mis

“De drie disciplines die Schutrups in huis heeft, zijn de registerpodoloog, de podotherapeut en de podoposturaal therapeut. Dat is eigenlijk voortgevloeid uit de methode die Erik en Jan Schutrups met hun vader hebben ontwikkeld. Dat begon met de podoposturale therapie. Ze keken niet, zoals gebruikelijk was, alleen naar de voetstand, maar naar het geheel, holistisch. Dat betekent dat ze ook letten op de lichaamsbouw, de stand van de wervelkolom en de hele houding. Daar is uiteindelijk een stroming podotherapie en podologie uit voortgekomen. En nadien hebben we alle drie die disciplines in huis gekregen. Iedereen die een zooltje nodig heeft en geen specifieke klachten heeft, kan bij alle drie de disciplines terecht.”

Wat zijn dan de verschillen?

“Ze hebben een verschillende vooropleiding. De podotherapeut is als gezegd gespecialiseerd in diabetische voetzorg. De registerpodoloog is de behandelaar die vanuit de voet naar het hele lichaam kijkt. De podoposturaal therapeut doet dat ook, maar die is weer gespecialiseerd in spierspanning en zenuwen. Maar het mooie is bij ons juist de kruisbestuiving. Alle behandelaars hebben van alles een stukje meegekregen. En we gebruiken alle technieken van elkaar.”

Hoe gaat dat dan elders?

“Bij veel praktijken is het: ‘Krul de broekspijpen maar omhoog’ en dan begint het onderzoek. Dat is hier ondenkbaar. De voet is weliswaar de basis, maar alles wat je onder de voet verandert, heeft invloed op het hele lichaam.”

Hele lichaam

“Daarom moet je als behandelaar het hele lichaam zien. Wij maken namelijk niet alleen een zool, we kijken naar het hele lichaam en het beweegpatroon. Het doel is uiteindelijk dat we er voor zorgen dat iemand die problemen heeft weer kan bewegen zoals hij of zij wil. Dat iemand bijvoorbeeld weer op een fijne manier sport kan bedrijven, of dat nou een marathon lopen is of vijf kilometer wandelen. Als we daar voor kunnen zorgen, dat is het leukste wat er is.”

Veel mensen hebben wel pijn, maar geen idee dat ze scheef staan en dat die pijn daar vandaan komt.

“Scheef staan is niet per definitie een probleem. Er zijn heel veel mensen die een standafwijking hebben, maar die daar geen last van hebben. Het kan wel dat dat op latere leeftijd klachten gaat opleveren. Als je een afwijkende stand hebt in een bepaald gewricht, ga je je lichaam asymmetrisch belasten om te compenseren. En dat kan bij het ouder worden problemen opleveren. Of zorgen dat je geen marathon kunt lopen, terwijl je dat wel graag wilt.”

Zou het slim zijn als iedereen zich preventief bij jullie zou melden?

“Theoretisch wel. Wij deden dat soort checks al bij voetbalclubs, waar we iedereen in de opleiding gingen screenen. En bij handbalclubs. En we gaan het nu ook doen bij bedrijven. Daar heeft het zeker zin, omdat daar de voeten zwaar belast worden. Bij preventief onderzoek ligt wel de toekomst. Ik weet dat Defensie het ook overweegt bij iedereen die nieuw binnen komt. Daarmee kun je veel leed voorkomen.”

Kunnen die ‘broekspijppodologen’ trouwens wel goede zooltjes afleveren?

“Dat kan wel. Maar je loopt een groot risico dat je belangrijke dingen over het hoofd ziet. De hoogte van de knieplooi, de bilplooi, de contouren van de heup, de stand van het SI-gewricht, tot aan de schouderbladen aan toe. Dat zie je simpelweg niet als iemand gewoon gekleed is. Terwijl dat wel allemaal kan veranderen zodra je iets onder de voet doet. Bij een gedegen onderzoek moet je echt iemand in zijn geheel zien.”

Goed. Na het eerste onderzoek is de uitkomst dus: wel of geen zooltjes?

“Klopt. En daarbij geven we altijd een goed schoenadvies. Of zooltjes zijn niet nodig, maar een goed schoenadvies wel. Sowieso: als je een zooltje moet, maar je neemt geen goede schoen, dan sla je de plank compleet mis. De schoen is en blijft de basis. In een verkeerde schoen zal een zool nooit optimaal werken. En een goede schoen, dat is een schoen waarbij de combinatie van functionaliteit, leest, breedte en hoogte super belangrijk is.”

Op goed geluk

“Ook hierbij zie je de kracht van het Schutrups-concept. De meeste podologiepraktijken hebben geen schoenwinkel. Wij kunnen direct aan de mensen in de winkel doorgeven waar ze op moeten letten bij de aanschaf van schoenen. Als je geen winkel hebt, moet je mensen op goed geluk zooltjes meegeven en die komen dan misschien in een schoen waar je niet achter staat als behandelaar. Waardoor de behandeling niet honderd procent werkt.”

Gaan jullie na het onderzoek letterlijk mee de winkel in?

“Jazeker. Als ze schoenen willen kopen, vertellen wij de verkoper waar ze op moeten letten. En als wij weten welke schoenen iemand gekocht heeft, zorgen we dat de zooltjes bij aflevering, circa twee weken later, perfect passen. In andere gevallen doen we eventuele aanpassingen aan de zooltjes bij de aflevering.”

De podologen van Schutrups hebben allemaal tijdens hun opleiding geleerd om zelf zolen te maken, maar dat doen ze doorgaans niet. Brian: “We ontwerpen ze zelf, maar ze worden in de werkplaats gemaakt. Eén van mijn taken is het ontwerpen van alle zooltjes voor iedereen. Ik krijg van mijn collega’s op papier het plan aangeleverd en maak daar een digitaal plan van voor het CAD-CAM frezen. Daardoor hebben we eenheid in het uiterlijk van alle zolen die wij leveren.”

Er is een gigantische keuze in zolen. Hoe kiezen jullie de juiste?

“Dat is afhankelijk van wat iemand wil doen en wat de klachten zijn en wat je wilt bereiken als behandelaar. Het varieert van super zachte voor mensen bij reuma tot extra harde voor bijvoorbeeld en stratenmaker van 120 kilo met platvoeten. Maar we hebben ook sport specifieke zolen. Van verend materiaal voor hardlopers tot vrij hard materiaal voor zaalsporten. En alles wat er tussenin zit.”

Wanneer moeten de cliënten terugkomen voor controle?

“Na acht weken. Dan checken we of alles goed is gegaan, of het herstel is ingezet of zelfs al bereikt. En indien nodig kunnen we de zool nog aanpassen of ombouwen. Je kunt je namelijk voorstellen dat als iemand een centimeter beenlengte-verschil heeft en we willen dat overbruggen, dat dat niet in één stap kan.”

Rustig opbouwen

“Dan bouwen we het over een langere periode rustig op. En op die momenten kunnen we de progressie ook goed controleren.”

Hoe lang gaat een zool gemiddeld mee?

“Afhankelijk van de klacht willen we de cliënten sowieso eens in het halfjaar of eens per jaar controleren. Gemiddeld gaat een zool anderhalf jaar mee, soms twee jaar. En daarna begint het bij nieuwe zolen van voren af aan. Ook al kennen we de cliënt, dan nog is het ook bij een volgende zool niet ‘Rol de broekspijpen maar op’. We bekijken alles opnieuw omdat het lichaam verandert.”

Jij ontwerpt de zolen voor iedereen. Is er dan nog wel tijd om zelf cliënten te zien?

“Zeker wel. Ik ben naast register-podoloog ook sportpodoloog. Ik ben heel graag met sporters bezig. Dat zijn mensen die zich heel bewust zijn van hun lichaam en er goed voor willen zorgen. Als ik niet een aantal uren per dag zou zijn vrijgemaakt voor het ontwerpen van de zolen, zou ik zo’n vijftien tot twintig cliënten per dag zien. Dat is best veel. Daarom ben ik ook zo blij met de afwisseling. Die zorgt voor een goede balans, waardoor ik letterlijk en figuurlijk goed in mijn vel zit.”

Waarom ontwerpt niet iedereen zijn eigen zolen?

“Ten eerste voor de eenheid vanuit Schutrups, het Schutrups-sausje. En verder heb je ongemerkt een soort controlerende functie. Als ik iets raars zie, ga ik in overleg met de behandelaar en bepalen we samen het definitieve ontwerp. Dat gebeurt niet vaak, een paar keer per maand maar.”

Blij met feedback

“Voor de studenten van de Academy is zo’n achtervang ook fijn. Die zijn blij met de feedback, omdat ze er weer iets van kunnen leren.”

Jullie hebben het altijd over een ‘Schutrups-sausje’. Wat is dat?

“Dat is het hele concept hier. Neem die Academy. Dat is niet de standaard podologie-opleiding. Of de standaard-opleiding tot podotherapeut. Er staat echt een Schutrups-handschrift op. De nieuwe mensen moeten ook passen binnen de hele filosofie. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze niet alleen als podoloog werken, maar ook gewoon in de winkel. Zelf heb ik daar ook jaren gewerkt. De kennis die je in de winkel opdoet, is onmisbaar voor het werk in de podologie. De schoen is en blijft namelijk de basis.”

Komend weekend begint in Japan het WK handbal voor vrouwen. Ook het Nederlands handbalteam heeft zich voor deze eindronde gekwalificeerd. In aanloop naar het mondiale toernooi trainden de Oranje-vrouwen onder meer in de Topsporthal van het TopsportZorgCentrum. Dit is één van de zichtbare kruisbestuivingen die plaatsvinden in de ultramoderne trainingshal in Groningen.

De Topsporthal van het TopsportZorgCentrum op Sportpark Corpus den Hoorn wordt door diverse topatleten gebruikt. Dit is exact hoe de partijen het voor ogen hadden bij het ontwikkelen van het concept en de realisering van de ultramoderne trainingshal. Diverse sportbonden, teams en topsportatleten maken inmiddels gretig gebruik van de hypermoderne faciliteiten in de Topsporthal van het TopsportZorgCentrum.

Hiermee is invulling gegeven aan de uitgangspunten rond de realisering van het multifunctionele groene beeldbepalende pand langs de A7. Ook de combinatie met de dienstverlening en begeleiding door experts vanuit Het Omnium, de zorglaag in het TopsportZorgCentrum, wordt steeds vaker gemaakt.

De accommodatie staat niet uitsluitend en alleen ter beschikking aan FC Groningen. Ook andere topsporters dienden in de ogen van de bedenkers van het concept terecht te kunnen in de trainingshal. De kruisbestuiving die hierbij ontstaat, is inspirerend, motiverend en prestatie verhogend. De topsporthal is bovendien hét visitekaartje van Groningen om top-sportend Nederland kennis te laten maken met de mogelijkheden en faciliteiten in Noord-Nederland.

Structureel maken volleybalclub Lycurgus, sporttalenten uit de regio – ondergebracht in Regionale Trainingscentra (RTC) – in het roeien, schaatsen en basketbal gebruik van de hal. Ook komen er steeds meer aanvragen binnen van individuele topsporters en talenten, die graag willen trainen in de hal. Een voorbeeld is Jop van der Laan – hij bereidt zich als rolstoelrugbyer voor op de Paralympische Spelen. De laatste partij die structureel aansluit als gebruiker van de accommodatie is RTC Atletiek.

Sinds de ingebruikname van de Topsporthal hebben ook diverse sportbonden en buitenlandse topatleten van de accommodatie binnen het TopsportZorgCentrum gebruik gemaakt. Zo trainden Chinese schaatstalenten van de Olympische schaatsbond, het Nederlands dameshandbalteam en hordeloopster Isabelle Pedersen uit Noorwegen in Groningen.

Manager Steven Hamstra constateert tevreden dat ambities en doelstellingen binnen het TopsportZorgCentrum worden gerealiseerd. “Aanvankelijk liepen we met elkaar nog wel tegen scepsis van buitenaf aan. Als we nu kijken op welke manier en door wie de Topsporthal regelmatig en structureel wordt gebruikt, kunnen we alleen maar concluderen dat we invulling geven aan het beeld en de wensen die we vooraf met elkaar hadden.”

Ga jij deze winter weer de bergen in? Ga je bijvoorbeeld skiën, ijsklimmen, wintertouren of tourskiën? En wil jij weten hoe je dit jaar nog beter voorbereid op wintersport kunt gaan? Kom dan naar de wintersportavond in het TopSportZorgCentrum!

Diverse experts zoals een sportarts en een podotherapeut zullen hier aan het woord zijn en zij zullen verschillende tips & tricks met je delen. Over bijvoorbeeld specifieke problemen die jij als wintersporter tegen kunt komen en het voorkomen van blessures. Zodat jij met de beste voorbereiding deze winter de bergen in kunt gaan!

Datum (gewijzigd): donderdag 12 december om 20:00 uur
Inloop om 19:30 uur

Programma:

  • Opening door Peter Roelofs (voorzitter Regio Noord van de NKBV) en Mirjam Steunebrink (sportarts).
  • Hoe bereid je je voor op de wintersport? Wat kan de sportarts hierin betekenen? door Feikje Riedstra (sportarts).
  • Fysieke voorbereiding, door Jan-Arend Vredeveld (fysiek trainer).
  • Voedingsadvies, door Eline Berger (sportdiëtiste).

Pauze

  • Specifieke problemen die de wintersporter kan tegenkomen (frostbite, lawinegevaar, hoogteziekte) door Mirjam Steunebrink.
  • (Preventie) voetproblematiek, door Siemen Oude Booijink (podotherapeut).

Locatie: TopSportZorgCentrum, restaurant/sportbar ‘2corpus’
Laan Corpus den Hoorn 101, Groningen

Deze avond wordt georganiseerd door NKBV Regio Noord.

Toegang: Gratis, meld je aan via de knop hieronder!

Nog niet zo heel lang geleden omschreef Harm Rutgers zichzelf als a-sportief. “Eerlijk gezegd had ik een hekel aan sport.” Aangespoord door zijn vrienden begon hij in 2017 toch met hardlopen en wielrennen. Niet heel fanatiek, maar de basis was gelegd. In het voorjaar van 2018 werd hij geattendeerd op het sportmedisch onderzoek in het Martini Ziekenhuis. “Ik was benieuwd naar mijn algehele conditie en belastbaarheid.” Harm meldde zich aan, veranderde zijn leefstijl en plukt daar nu de vruchten van. “Ik voel me superfit.”

Het onderzoek

Het Martini Ziekenhuis biedt verschillende sportmedische onderzoeken waaraan iedereen zonder verwijzing kan deelnemen. Na het invullen van een sportmedische vragenlijst werd Harm door sportarts Mirjam Steunebrink lichamelijk onderzocht. “Zij bepaalde mijn lengte, gewicht, mijn vetpercentage en mijn body mass index (BMI), een maat voor mijn gewicht in relatie tot mijn lichaamslengte.” Daarna volgde bloedonderzoek en een inspanningstest op de fiets, inclusief ECG (hartfilmpje).

De uitslag

Na deze onderzoeken kon Harm zich even opfrissen, waarna hij direct de uitslag kreeg. “Mijn conditie was gemiddeld en mijn BMI te hoog,’ vat hij samen. Op basis van de resultaten formuleerde sportarts een advies op maat. ‘Zij gaf aan welke hartslagzone ik moet aanhouden om mijn conditie te verbeteren en mijn BMI te verlagen. Sindsdien gebruik ik tijdens het hardlopen en wielrennen een hartslagmeter. Zo train ik altijd op het juiste niveau.”

Meer energie

Vier maanden na zijn groot sportmedisch onderzoek liet Harm zich opnieuw onderzoeken. De resultaten stemden hem én zijn sportarts zeer tevreden. “Mijn vetpercentage was gezakt, mijn BMI gezond en mijn conditie was met sprongen vooruit gegaan.” Harm voelt zich letterlijk beter. “Ik heb veel meer kracht en energie.”

De meerwaarde van het sportmedisch onderzoek was voor Harm tweeledig. “Ten eerste kreeg ik concrete doelen aangereikt, zoals streefgewicht en vetpercentage. Daar kon ik gericht naartoe werken. Daarnaast vormde het onderzoek een belangrijke motivatie om letterlijk extra stappen te zetten. Ik ben bewuster gaan leven en ik vind sporten ondertussen hartstikke leuk. Dit traject kan ik iedereen aanbevelen.”

Geheimen, anekdotes, tips voor wielrenners door wielerexperts! En maak kennis met het TopsportZorgCentrum en Het Omnium en alles wat het te bieden heeft voor de sportieve, fanatieke fietser! Verzorgd m.m.v. specialisten van Het Omnium, Stefan Poutsma en de jongens van ‘De Buik van het Peloton’!

Wanneer: Maandagavond 4 maart 2019

Programma:

19:30u – Inloop 20:00u – Start programma

               Wat is er te vinden in het TopsportZorgCentrum

               Om tafel met ‘De Buik van het Peloton’

               Na borrel


Locatie: TopsportZorgCentrum, restaurant/sportbar ‘2corpus’, Laan Corpus den Hoorn 101, Groningen

Meld je gelijk aan: info@hetomnium.nl (max. 100 gasten)

[wp-eventbrite-checkout]

Iedere sporter, van beginnend en amateur tot aan chronisch ziek en geblesseerd, verdient sportmedische zorg (zoals sportmedisch advies, blessure- en/of herhalingsconsulten, sportmedisch onderzoek en sportkeuringen) op topniveau! Sportmedische zorg wordt verricht door sportartsen.

Iedereen kan de sportarts bezoeken!

Dat de sportarts er alleen is voor topsporters is een misvatting! Iedereen kan de sportarts bezoeken. De sportarts is er voor ieder (nog niet) bewegend mens; jong en oud, recreatieve en topsporter en voor zowel minder validen als mensen met chronische ziekten zoals artrose, diabetes, kanker, hart- en vaatziekten en astma. Diensten verricht door de sportarts worden vergoed vanuit zowel de basis- als aanvullende verzekering.

Basisverzekering

  • Voor iedereen die klachten heeft tijdens sport, beweging of inspanning: klachten aan het bewegingsapparaat, kortademigheid, duizeligheid, hoofdpijn, maag-/darmklachten, overtraining, vermoeidheid.
  • Voor iedereen die een chronische aandoening heeft en de conditionele belastbaarheid wil of moet verbeteren.

Voor deze klachten kun je, na doorverwijzing van de huisarts of specialist, terecht bij de sportarts.

Aanvullende verzekering

  • Sportmedische onderzoeken (sportkeuringen)
    Je ervaart geen klachten, maar wilt je prestaties verbeteren of wilt weten of je een sportieve uitdaging wel aankunt.
  • Sportmedische begeleiding (trainingsadvies en individueel trainingsschema o.b.v. uitkomsten sportmedisch onderzoek).
  • Verplichte sportkeuring door een sportbond.

Voor diensten uit de aanvullende verzekering heb je geendoorverwijzing nodig van een huisarts.

Vergelijk pakketten
Het loont echt om de aanvullende pakketten van de zorgverzekeraars te vergelijken. Dat werk neemt Sportzorg.nl, de voorlichtingswebsite van alle sportartsen in Nederland, je graag uit handen. Op www.sportzorg.nl/vergoedingen-sportzorg is een overzicht te vinden met daarin vergoedingen voor Sportzorg uit de aanvullende verzekering. 

Ben je benieuwd naar de mogelijkheden? Neem dan gerust contact met ons op! 

Afgelopen zaterdag, 13 oktober, was het dan eindelijk zover. De officiële opening van het TopSportZorgCentrum, en daarmee Het Omnium! Alle partners binnen onze laag en het gebouw trokken hun mooiste pak aan en zetten hun deuren open voor de genodigden. 

Om 16.00 uur was de aftrap in de tent waar Jacques D’ancona de presentatie deed. Oorspronkelijk was het plan dat Arjen Robben de opening zou doen omdat hij ook zijn naam zou verbinden aan het centrum. Helaas kwam FC Groningen afgelopen vrijdag met het nieuws dat dit vanwege moeilijkheden rondom de naamkwestie niet door zou gaan. Voorlopig blijft het centrum waarin Het Omnium is gevestigd dan ook nog even het TopSportZorgCentrum heten. 

Diverse sprekers kwamen tijdens de officiële opening aan bod. Zo bedankte Hans Nijland, directeur van FC Groningen, alle mensen die hebben meegeholpen met het realiseren van het nieuwe gebouw. In het bijzonder noemde hij Gerard Kemkers, die zich lange tijd heeft ingespand om de nieuwe locatie te realiseren. “De club is jou veel dank verschuldigd”, zei Nijland. 

Een brug naar breedtesport en vitaliteit 

Vanaf het allereerste idee voor een nieuwe locatie heeft al met al zo’n 20 jaar geduurd. Nijland gaf ook een antwoord op de vraag wat dit centrum nu zo uniek maakt. ”Het is een multicuntioneel centrum dat topsport, topzorg, topkennis, topondernemen verbindt en een brug slaat naar de breedtesport en vitaliteit in Noord-Nederland.  

Felicitaties vanuit de provincie en de gemeente 

Ook vanuit de provincie en de gemeente kwamen diverse felicitaties. Gedeputeerde Patrick Brouns: “Ik feliciteer FC Groningen, maar vooral de provincie Groningen. We gaan hier gezamenlijk werken aan de toekomst van Groningen. De jeugd is de werknemer van de toekomst.” Wethouder Roeland van der Schaaf zei: “Trots met dit gebouw als toevoeging in de regio. De combinatie van sport, zorg en economie, maar ook de diepte in de topsport. Het past bij Groningen. We willen wat bereiken en ambitie tonen.” Lovende woorden voor het nieuwe centrum alom! 

Het Omnium ontving van de Energy Valley Topclub een cheque ter waarde van maar liefst 35.000.

Uiteraard werd ook onze laag gepresenteerd. Het Omnium ontving van de Energy Valley Topclub een cheque ter waarde van maar liefst 35.000. De Energy Valley Topclub is groenpartner van zes topsportverenigingen uit Groningen: Abiant Lycurgus (volleybal), Donar (basketbal), FC Groningen (voetbal), GHHC (dameshockey), GIJS Groningen (ijshockey) en Nic. (korfbal). Het geld gaat naar deze clubs zodat ze als een van de eersten een trainingsprogramma op maat kunnen ontvangen op onze laag. Manager Steven Hamstra vertelde kort waar Het Omnium voor staat en wat mensen kunnen verwachten. 

Gezellige drukte in het gebouw

Uiteindelijk gingen natuurlijk alle deuren in het gebouw open. Van de faciliteiten van FC Groningen, het restaurant van Tweetal tot de ruimtes van de verschillende partners op onze laag. Het was een gezellige drukte in het gebouw, met een hapje en een drankje en een demonstraties van de partners die actief zijn in Het Omnium. Voor ons was het een geslaagde middag om op terug te kijken. Iedereen bedankt! 

Hoe nu verder?

Nu de opening is geweest, is het tijd om onze laag van het TopSportZorgCentrum te betrekken. Vanaf vandaag, maandag 15 oktober, is Het Omnium geopend. U kunt voor verschillende beweeg- en lifestyleprogramma’s bij ons terecht. Ons aanbod en de verschillende disciplines van de bedrijven die actief zijn in Het Omnium, zijn uiteraard terug te vinden op onze website. Kijkt u eens rustig rond. We helpen u graag als u vragen heeft.