Wanneer kan ik mijn sport weer gaan hervatten?

Meer dan 90% van de sporters verwacht terug te keren naar de sport na een voorste kruisband (VKB) reconstructie. Eén van de eerste vragen die je stelt na een VKB reconstructie is daarom: “Wanneer kan ik mijn sport weer gaan hervatten”?

Keert iedereen terug naar de sport?

Dit lijkt een makkelijke vraag, maar in de praktijk blijkt dat terugkeren naar de sport een multifactorieel probleem is. Met andere woorden: er blijken verschillende voorwaarden van belang te zijn om succesvol te kunnen terugkeren naar de sport. Helaas blijkt dat slechts 65% van de amateursporters succesvol terugkeert naar het sportniveau van vóór de blessure. Ook krijgt een relatief groot deel van de jonge sporters een nieuwe VKB blessure. Eén van de redenen hiervoor is dat de beslissing om terug te keren vaak gebaseerd wordt op subjectieve criteria (bijvoorbeeld alleen gebaseerd op revalidatietijd), zonder objectief de voorwaarden voor een terugkeer naar de sport in kaart te brengen.

Hoeveel % keert terug?

  • Wel terug 65%
  • Niet terug 35%

Voorwaarden?

Ten eerste is de lengte van je revalidatietraject van groot belang of je succesvol en veilig terugkeert naar de sport. Een aantal jaren geleden werd traditioneel een revalidatie van 6 maanden geadviseerd. Echter, het blijkt dat een revalidatietraject van minimaal 9 maanden zorgt dat de kans op een nieuwe VKB blessure fors afneemt. Het advies is daarom om minimaal 9 maanden te revalideren na je VKB reconstructie, en misschien wel langer om alle voorwaarden zo goed mogelijk te trainen.

Maar welke voorwaarden spelen hierbij een rol? En hoe maken we deze voorwaarden meetbaar?

Kwaliteit van een revalidatie

Nog veel belangrijker dan de lengte van je revalidatie, is de kwaliteit van het revalidatietraject. In een serie blogs proberen wij op een makkelijke manier uit te leggen welke voorwaarden van invloed zijn op een terugkeer naar de sport, hoe deze voorwaarden te trainen en hoe deze voorwaarden te testen voordat je terugkeert naar de sport.

Immers, wanneer je deze voorwaarden niet test gedurende de revalidatie, ben je eigenlijk aan het gissen of de kwaliteit van je revalidatie wel goed genoeg was voor een terugkeer naar de sport…

> Revalidatietraject van minimaal 9 maanden

> Voldoende spierkracht

> Goede kniefunctie

> Goede bewegingstechniek

> Mentaal klaar

> Afgeronde veldrevalidatie

Auteur Wouter Welling

Mijn naam is Wouter Welling en ik ben werkzaam als bewegingswetenschapper bij MCZ in Groningen; een praktijk die de medische begeleiding verzorgt voor alle topsport in Noord-Nederland. Tot mijn takenpakket behoren onder andere het ontwikkelen van objectieve testbatterijen, het afnemen van blessure preventie metingen en het monitoren van de training load.

Na het afronden van mijn master Bewegingswetenschappen ben ik doorgegaan met promotieonderzoek naar voorste kruisband (VKB) blessures aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het promotieonderzoek waar wij nu aan werken richt zich op ‘Return to sport decisions’ na een VKB reconstructie. Hierbij proberen we praktische en relatief makkelijk uitvoerbare meetmethoden te combineren, die voor elke therapeut uit te voeren zijn en die ondersteunend zijn in de ‘Return to sport decisions’.

Binnen het Omnium werkt iedereen met elkaar samen. Mensen met voet-, knie-, heup-, rug- of houdingsklachten die worden doorverwezen naar de Voetzorg van Schutrups, hebben vaak geen idee wat hen te wachten staat. Nou, veel. Registerpodoloog Brian Fredriks neemt ons mee door het hele proces.

Bij wie iemand met voet- of houdingsklachten terechtkomt, wordt altijd bepaald bij het eerste contact, meestal een telefoontje. “Bij het maken van een afspraak wordt al gefilterd of er bijzonderheden zijn”, zegt Brian. “Dat doen we, omdat wij allemaal een verschillende achtergrond hebben. Mensen met diabetes, komen bijvoorbeeld terecht bij een podotherapeut, omdat die daarin gespecialiseerd is en de hele zorg op zich kan nemen. In alle andere gevallen, maakt het niet uit, omdat dan al onze mensen het onderzoek kunnen doen. We kijken dan gewoon bij wie iemand het snelst terecht kan.”

Wel een zool, maar geen goede schoen? Dan sla je de plank mis

“De drie disciplines die Schutrups in huis heeft, zijn de registerpodoloog, de podotherapeut en de podoposturaal therapeut. Dat is eigenlijk voortgevloeid uit de methode die Erik en Jan Schutrups met hun vader hebben ontwikkeld. Dat begon met de podoposturale therapie. Ze keken niet, zoals gebruikelijk was, alleen naar de voetstand, maar naar het geheel, holistisch. Dat betekent dat ze ook letten op de lichaamsbouw, de stand van de wervelkolom en de hele houding. Daar is uiteindelijk een stroming podotherapie en podologie uit voortgekomen. En nadien hebben we alle drie die disciplines in huis gekregen. Iedereen die een zooltje nodig heeft en geen specifieke klachten heeft, kan bij alle drie de disciplines terecht.”

Wat zijn dan de verschillen?

“Ze hebben een verschillende vooropleiding. De podotherapeut is als gezegd gespecialiseerd in diabetische voetzorg. De registerpodoloog is de behandelaar die vanuit de voet naar het hele lichaam kijkt. De podoposturaal therapeut doet dat ook, maar die is weer gespecialiseerd in spierspanning en zenuwen. Maar het mooie is bij ons juist de kruisbestuiving. Alle behandelaars hebben van alles een stukje meegekregen. En we gebruiken alle technieken van elkaar.”

Hoe gaat dat dan elders?

“Bij veel praktijken is het: ‘Krul de broekspijpen maar omhoog’ en dan begint het onderzoek. Dat is hier ondenkbaar. De voet is weliswaar de basis, maar alles wat je onder de voet verandert, heeft invloed op het hele lichaam.”

Hele lichaam

“Daarom moet je als behandelaar het hele lichaam zien. Wij maken namelijk niet alleen een zool, we kijken naar het hele lichaam en het beweegpatroon. Het doel is uiteindelijk dat we er voor zorgen dat iemand die problemen heeft weer kan bewegen zoals hij of zij wil. Dat iemand bijvoorbeeld weer op een fijne manier sport kan bedrijven, of dat nou een marathon lopen is of vijf kilometer wandelen. Als we daar voor kunnen zorgen, dat is het leukste wat er is.”

Veel mensen hebben wel pijn, maar geen idee dat ze scheef staan en dat die pijn daar vandaan komt.

“Scheef staan is niet per definitie een probleem. Er zijn heel veel mensen die een standafwijking hebben, maar die daar geen last van hebben. Het kan wel dat dat op latere leeftijd klachten gaat opleveren. Als je een afwijkende stand hebt in een bepaald gewricht, ga je je lichaam asymmetrisch belasten om te compenseren. En dat kan bij het ouder worden problemen opleveren. Of zorgen dat je geen marathon kunt lopen, terwijl je dat wel graag wilt.”

Zou het slim zijn als iedereen zich preventief bij jullie zou melden?

“Theoretisch wel. Wij deden dat soort checks al bij voetbalclubs, waar we iedereen in de opleiding gingen screenen. En bij handbalclubs. En we gaan het nu ook doen bij bedrijven. Daar heeft het zeker zin, omdat daar de voeten zwaar belast worden. Bij preventief onderzoek ligt wel de toekomst. Ik weet dat Defensie het ook overweegt bij iedereen die nieuw binnen komt. Daarmee kun je veel leed voorkomen.”

Kunnen die ‘broekspijppodologen’ trouwens wel goede zooltjes afleveren?

“Dat kan wel. Maar je loopt een groot risico dat je belangrijke dingen over het hoofd ziet. De hoogte van de knieplooi, de bilplooi, de contouren van de heup, de stand van het SI-gewricht, tot aan de schouderbladen aan toe. Dat zie je simpelweg niet als iemand gewoon gekleed is. Terwijl dat wel allemaal kan veranderen zodra je iets onder de voet doet. Bij een gedegen onderzoek moet je echt iemand in zijn geheel zien.”

Goed. Na het eerste onderzoek is de uitkomst dus: wel of geen zooltjes?

“Klopt. En daarbij geven we altijd een goed schoenadvies. Of zooltjes zijn niet nodig, maar een goed schoenadvies wel. Sowieso: als je een zooltje moet, maar je neemt geen goede schoen, dan sla je de plank compleet mis. De schoen is en blijft de basis. In een verkeerde schoen zal een zool nooit optimaal werken. En een goede schoen, dat is een schoen waarbij de combinatie van functionaliteit, leest, breedte en hoogte super belangrijk is.”

Op goed geluk

“Ook hierbij zie je de kracht van het Schutrups-concept. De meeste podologiepraktijken hebben geen schoenwinkel. Wij kunnen direct aan de mensen in de winkel doorgeven waar ze op moeten letten bij de aanschaf van schoenen. Als je geen winkel hebt, moet je mensen op goed geluk zooltjes meegeven en die komen dan misschien in een schoen waar je niet achter staat als behandelaar. Waardoor de behandeling niet honderd procent werkt.”

Gaan jullie na het onderzoek letterlijk mee de winkel in?

“Jazeker. Als ze schoenen willen kopen, vertellen wij de verkoper waar ze op moeten letten. En als wij weten welke schoenen iemand gekocht heeft, zorgen we dat de zooltjes bij aflevering, circa twee weken later, perfect passen. In andere gevallen doen we eventuele aanpassingen aan de zooltjes bij de aflevering.”

De podologen van Schutrups hebben allemaal tijdens hun opleiding geleerd om zelf zolen te maken, maar dat doen ze doorgaans niet. Brian: “We ontwerpen ze zelf, maar ze worden in de werkplaats gemaakt. Eén van mijn taken is het ontwerpen van alle zooltjes voor iedereen. Ik krijg van mijn collega’s op papier het plan aangeleverd en maak daar een digitaal plan van voor het CAD-CAM frezen. Daardoor hebben we eenheid in het uiterlijk van alle zolen die wij leveren.”

Er is een gigantische keuze in zolen. Hoe kiezen jullie de juiste?

“Dat is afhankelijk van wat iemand wil doen en wat de klachten zijn en wat je wilt bereiken als behandelaar. Het varieert van super zachte voor mensen bij reuma tot extra harde voor bijvoorbeeld en stratenmaker van 120 kilo met platvoeten. Maar we hebben ook sport specifieke zolen. Van verend materiaal voor hardlopers tot vrij hard materiaal voor zaalsporten. En alles wat er tussenin zit.”

Wanneer moeten de cliënten terugkomen voor controle?

“Na acht weken. Dan checken we of alles goed is gegaan, of het herstel is ingezet of zelfs al bereikt. En indien nodig kunnen we de zool nog aanpassen of ombouwen. Je kunt je namelijk voorstellen dat als iemand een centimeter beenlengte-verschil heeft en we willen dat overbruggen, dat dat niet in één stap kan.”

Rustig opbouwen

“Dan bouwen we het over een langere periode rustig op. En op die momenten kunnen we de progressie ook goed controleren.”

Hoe lang gaat een zool gemiddeld mee?

“Afhankelijk van de klacht willen we de cliënten sowieso eens in het halfjaar of eens per jaar controleren. Gemiddeld gaat een zool anderhalf jaar mee, soms twee jaar. En daarna begint het bij nieuwe zolen van voren af aan. Ook al kennen we de cliënt, dan nog is het ook bij een volgende zool niet ‘Rol de broekspijpen maar op’. We bekijken alles opnieuw omdat het lichaam verandert.”

Jij ontwerpt de zolen voor iedereen. Is er dan nog wel tijd om zelf cliënten te zien?

“Zeker wel. Ik ben naast register-podoloog ook sportpodoloog. Ik ben heel graag met sporters bezig. Dat zijn mensen die zich heel bewust zijn van hun lichaam en er goed voor willen zorgen. Als ik niet een aantal uren per dag zou zijn vrijgemaakt voor het ontwerpen van de zolen, zou ik zo’n vijftien tot twintig cliënten per dag zien. Dat is best veel. Daarom ben ik ook zo blij met de afwisseling. Die zorgt voor een goede balans, waardoor ik letterlijk en figuurlijk goed in mijn vel zit.”

Waarom ontwerpt niet iedereen zijn eigen zolen?

“Ten eerste voor de eenheid vanuit Schutrups, het Schutrups-sausje. En verder heb je ongemerkt een soort controlerende functie. Als ik iets raars zie, ga ik in overleg met de behandelaar en bepalen we samen het definitieve ontwerp. Dat gebeurt niet vaak, een paar keer per maand maar.”

Blij met feedback

“Voor de studenten van de Academy is zo’n achtervang ook fijn. Die zijn blij met de feedback, omdat ze er weer iets van kunnen leren.”

Jullie hebben het altijd over een ‘Schutrups-sausje’. Wat is dat?

“Dat is het hele concept hier. Neem die Academy. Dat is niet de standaard podologie-opleiding. Of de standaard-opleiding tot podotherapeut. Er staat echt een Schutrups-handschrift op. De nieuwe mensen moeten ook passen binnen de hele filosofie. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze niet alleen als podoloog werken, maar ook gewoon in de winkel. Zelf heb ik daar ook jaren gewerkt. De kennis die je in de winkel opdoet, is onmisbaar voor het werk in de podologie. De schoen is en blijft namelijk de basis.”

Steven Hamstra, manager van Het Omnium: “Sportartsen, fysiotherapeuten, diëtisten, podologen, psychologen en andere experts op het gebied van life sciences, bundelen op de tweede laag hun krachten. Hierbij maken ze gebruik van de meest moderne technische faciliteiten. Top- en breedtesport komen bij elkaar in het Topsportzorgcentrum. Iedereen kan hiermee gebruik maken van sportmedisch advies op maat!”

Het mentale effect van een blessure

Nynke Klopstra, namens INTER-PSY als sportpsycholoog actief in Het Omnium, gaf net als de andere deskundigen aan wat zij voor een sporter kunnen betekenen: “We kijken als sportpsycholoog samen met de sporter bijvoorbeeld naar wat het mentale effect is van een blessure, maar we kunnen ook met mentale vaardigheden een sportprestatie positief beïnvloeden.”

Herstellen, presteren, fit zijn

Onder de slogan herstellen, presteren, fit zijn, biedt Het Omnium een breed spectrum van diensten voor (top)sporters, (nog niet) bewegers en organisaties. Zoals te zien op onze homgepage, werken zes organisaties intensief samen in Het Omnium: Topdiëtisten, INTER-PSY, Lode Holding, Martini Ziekenhuis, MCZ en Schutrups Exloo.

Vanaf 15 oktober zullen onze deuren open gaan voor publiek. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de sportieve omgeving op Sportpark Corpus den Hoorn.