Home

Sportzorg onder één dak in Groningen

10-07 ’18

De laatste weken gaat het hard met de bouw van het Topsportzorgcentrum langs de A7 bij de trainingslocatie van FC Groningen aan de Laan Corpus den Hoorn. In september wordt het officieel geopend. Een klein halfjaar voor de opening praat Steven Hamstra, projectleider van de ‘zorglaag’, ons bij.

Dik vijf jaar geleden ontstond bij FC Groningen het idee om bij het trainingscomplex een topsportzorgcentrum te bouwen. Niet alleen voor de eigen spelers. Het moest een centrum worden waar sporters uit de hele regio terecht zouden kunnen.

“Een trainingsaccommodatie op de begane grond. Een sportrestaurant op de eerste verdieping. En daarboven nog twee lagen, waarvan in een op multidisciplinaire basis dienstverlening op het gebied van sportzorg zou komen”, weet Steven Hamstra, die als projectleider vanuit het Martini Ziekenhuis bij het centrum betrokken is, nog. “Er zijn diverse pogingen gedaan om dit van de grond te krijgen. Maar er was op dat moment alleen een virtuele laag in een gebouw dat er nog niet stond. Er was nog geen visie, nog geen concept, nog geen financiering, alleen maar een idee.”

Multidisciplinaire benadering moet ons uniek gaan maken

Ergens in die periode kwam de ‘zorglaag’ in een stroomversnelling toen Inter-Psy zich meldde als koper van de zorglaag.

“FC Groningen en Gerard Kemkers kwamen in die tijd met Inter-Psy naar bestuursvoorzitter Hans Feenstra van het Martini Ziekenhuis met de vraag of wij vervolgens aan die zorglaag invulling wilden geven. Hans is natuurlijk sportminded, we hadden al een relatie met FC Groningen en we hadden grotendeels de mensen in huis met de nodige kennis, aangezien houding en beweging één van de strategische speerpunten van het ziekenhuis is.”

En toen kwam ook Hamstra er bij als projectleider. “We gingen op zoek naar het antwoord op twee vragen. Wat zou het centrum uniek maken? En: waarom zouden mensen er naartoe komen? We hebben de visie ontwikkeld dat de sportarts een spilfunctie krijgt in het centrum. Die is opgeleid om naar het hele menselijke bewegingsapparaat te kijken en daaraan een zo’n doeltreffend mogelijk behandeling te koppelen. Naast bijvoorbeeld fysiotherapie kan mogelijk ook een zooltje of voedingsadvies noodzakelijk zijn. Alles is er op gericht om de sporter zo goed en snel mogelijk weer op de been te krijgen. We snappen dat sporters helemaal niet altijd zitten te wachten op zes weken rust. Een multidisciplinaire benadering zou ons uniek kunnen maken.”

Vijf disciplines

Er moesten, zo was de conclusie, vijf disciplines in het Topsportzorgcentrum komen: sportartsen, fysiotherapeuten, sportdiëtisten, sportpsychologen en sportpodologen. “Dan kunnen we de meeste bewegingsgerelateerde aandoeningen in de eerste lijn goed behandelen.”

En dat gebeurt dan niet in een ziekenhuisomgeving, maar in een topsportomgeving aan de Laan Corpus den Hoorn. De disciplines in de ‘zorglaag’ gaan zich zeker met de voetballers van FC Groningen bezighouden, maar absoluut ook met ‘gewone’ sporters uit het noorden van het land. “Mensen die zo snel mogelijk op een verantwoorde manier weer aan de slag willen”, vat Steven Hamstra samen. “Hoewel er in heel Nederland geen plek is die helemaal vergelijkbaar is met wat wij hier neerzetten, is het niet realistisch te verwachten dat er mensen uit Noord-Brabant deze kant op komen. Wij richten ons in eerste instantie dus op sportende inwoners van de provincies Groningen, Drenthe en Friesland. Tenzij we op een gebied toonaangevend worden in heel Nederland. We hebben bijvoorbeeld een orthopeed, Reinoud Brouwer, die geldt als een autoriteit op het gebied van de knie.”

Op één plek

De bedoeling van die multidisciplinaire aanpak is dat de sporter op één plek zo snel mogelijk weer in de hardloopschoenen, de voetbalschoenen of op de fiets of schaats wordt geholpen – en wat er verder nog aan schoenen en attributen te verzinnen is. “En ze moeten snel geholpen worden. Door een inloopspreekuur bij de sportarts, ook in het weekend. Alles is er op gericht de sporter in die fantastische omgeving zo goed mogelijk te faciliteren en waar een sporter ook graag naar toe komt.”

Het Martini Ziekenhuis ligt op een paar honderd meter van de locatie van het Topsportzorgcentrum. Wat is eigenlijk het belang van het ziekenhuis om in de ‘zorglaag’ te stappen? “Sportartsen doen meer dan zwaardere aandoeningen behandelen”, zegt Steven Hamstra.

“Die bieden ook gewoon sportkeuringen en inspanningstests aan voor bijvoorbeeld hardlopers en wielrenners. Veelal via de aanvullende verzekering, maar anders heel betaalbaar op eigen kosten. Daarbij past zo’n setting van het topsportzorgcentrum natuurlijk veel beter dan een ziekenhuis. Zo’n sportsfeer geeft onze sportgeneeskunde ook wel een boost. Daarnaast hebben wij als ziekenhuis al jaren een goede relatie met FC Groningen. Daarbij past dat we participeren in wat de club een paar jaar geleden bedacht. De kracht van de koppeling tussen het Topsportzorgcentrum en het Martini Ziekenhuis is dat er korte lijnen zijn en dat sporters met zwaardere blessures die toch naar het ziekenhuis moeten via ons daar makkelijk, snel en goed overgedragen terecht kunnen.”

Zo’n Topsportzorgcentrum is natuurlijk mooi (zeker als er straks een goede naam voor is verzonnen – schrik niet als het iets is met ‘Arjen Robben’ er in), maar het moet financieel ook allemaal uit kunnen. “Doordat Inter-Psy de laag kocht, hebben we de zekerheid van de eerste financiering van de verdieping”, zegt Hamstra. “En verder werken we straks alleen met mensen die bewezen hebben meerwaarde te hebben in zo’n topsportzorgcentrum, dat moet straks een grote aantrekkende kracht hebben.”

Concreet gaat het straks om de sportartsen van het Martini Ziekenhuis, de fysiotherapeuten van MCZ Fysiotherapie, de sportdiëtisten van AVS en Carin Pool, de sportpsychologen van Inter-Psy en de sportpodologen van Jan Schutrups. “Op de podologen van Schutrups na, zaten alle disciplines fysiek al hier in Groningen. We hebben Jan erbij gehaald omdat hij al een uitstekende relatie had met FC Groningen. De afdeling podologie is daar van hoog niveau.”

Veel te winnen

Jan Schutrups hoort het glimlachend aan. Hij zegt: ”En er is op het gebied van voetzorg nog heel veel te winnen, zowel in de topsport als in de breedtesport. De multidisciplinaire benadering is vergelijkbaar met de holistische benadering die wij bij Schutrups Voetzorg hanteren. Als iemand een klacht heeft in zijn schouder, kan dat best liggen aan de stand van de voeten. Ik weet zeker dat veel sporters baat zouden hebben bij zooltjes. Dat hun prestaties daardoor echt kunnen verbeteren. Daarom is het Topsportzorgentrum een project waar wij heel graag bij wilden zijn.”

In juni wordt het Topsportzorgcentrum opgeleverd. Daarna wordt ‘warmgedraaid’ tot september, als de officiële opening plaatsheeft. Wat Steven Hamstra betreft, is dat pas het begin. “Wij willen voor de hele maatschappij van waarde zijn. Aan sporters willen we naast zorg ook producten aan gaan bieden op het gebied van prestatieverbetering. Zoals inspanningstests, voedingsadvies en trainingsprogramma’s. Maar je kunt ook denken aan lifestyle-coaches en diëtisten die helpen bij afvallen. En voor bedrijven gaan we producten aanbieden met een FC Groningen-sausje. Dat onderdeel van een traject dat we met een bedrijf aangaan bijvoorbeeld is dat ze een training bezoeken van de club, dat er eens een speler van FC Groningen aanwezig is bij een activiteit of dat ze een hapje eten in het sportrestaurant.”

Als pleisterplaats

En verder is het Topsportzorgcentrum met de trainingshal en het (gezonde) sportrestaurant straks natuurlijk ook gewoon ‘het huis’ voor de prestatie-elftallen van FC Groningen zelf. Hoe ziet dat er in de ogen van Steven Hamstra idealiter uit? “Dat een wielerheld als Tom Jelte Slagter onze trainingsfaciliteit gebruikt. Of dat een ploegje wielrenners tijdens de training ons sport-
restaurant als pleisterplaats gebruikt. Dat sporters elkaar hier ontmoeten. En als breedtesporters daar dan op natuurlijke wijze in integreren, omdat sport hen allemaal bindt, dan is het af.”

Dikke kans dat als Jan Schutrups op dat moment aan een tafeltje zit zijn ogen afdwalen naar de benen van de bezoekers en hij ‘op het oog’ weet of een bezoek aan zijn sportpodoloog een etage hoger nuttig is…